Kampvuur broodjes

Kampvuur broodjes

-175 gram speltbloem
-125 gram speltmeel
-160 ml water
-30 ml olie
-1/2e Theelepel(4,5 gr) zout
-2 eetlepels ahornsiroop
-2 eetlepels lijnzaad
-3,5 gram gist (half zakje)

1 uur rijzen, doorkneden, in 8 langwerpige balletjes verdelen en nog 15 minuten op het aanrecht laten rusten.

We zijn op vakantie geweest.
We zaten in een huis middenin het bos (de Veluwe). Om ons heen niets anders dan bomen, struiken, paarden, brandnetels en andere wilde dieren.
Het huis had een grote tuin en iets van het huis af was een stukje beton met wat stenen om een kampvuurtje te maken.
Dit nodigde mij uit om een kampvuur dinertje te maken, dus we kochten worstjes, maiskolven, grote aardappels, maakte een lekkere koolsla en kampvuurbroodjes!

Om te beginnen zet ik mijn beslagkom op de weegschaal, weeg alles af terwijl ik het in de kom gooi. Aan de ene kant van de kom gooi ik het zout en aan de andere kant de gist (zout vermindert de werking van gist bij direct contact).
Natuurlijk had ik mijn keukenmachine niet bij me, dus hebben we het deeg met de hand gekneed en dan kom je er ineens achter hoe leuk, lekker en simpel dat is! Ilse en ik wisselde elkaar af, als haar spierballen moe waren nam ik het even over. Je moet wel even flink kneden en lange halen maken zodat de eiwitten (gluten) hun werk kunnen doen. Is het deeg nog wat te plakkerig dan voeg ik wat extra meel of bloem toe.

Ik haal de deegbal uit de kom, vet de kom en de deegbal in met olijfolie, leg de deegbal terug in de kom, dek hem af met een droge, schone theedoek en laat hem 1 uur rijzen om een warme plek.

Toen gingen ik met Ilse en Eva in de tuin geschikte takken zoeken om de broodjes aan te prikken. Recht, lang, stevig en een beetje schoon waren onze criteria. Met een schuurspons hebben de meisjes de takken schoongemaakt en hebben we ze een uur onder water laten liggen.

Bakpapier 

Omdat ik het toch jammer zou vinden als er stukjes tak in mijn broodje zou komen, knipte ik een stuk bakpapier in achten en wikkelde iedere tak in met bakpapier.

Na een uur rijzen is het deeg twee maal zo groot geworden, ik kneed hem minstens 2 minuten met de hand door, vorm er 8 mooie lange broodjes van welke ik ieder aan een tak spieste. De punt waar het bakpapier omheen zat, stak ik in het deeg. Met mijn handen verdeelde in het deeg totdat het de lengte van een worst had en daarna maakte ik het broodje een beetje plak zodat het eerder gaar zou zijn. Met tak en al leg ik ze op een stuk bakpapier en laat ze nog een kwartiertje rijzen.

Paul was ondertussen druk bezig met zijn “echte mannenwerk” en maakte het vuur. We hadden houtblokken en wat oud-papier waarmee we het vuur konden maken. Het mooiste voor de broodjes is wanneer de grootste vlammen weg zijn en het vuur loeiheet gloeit.
Op de bakstenen legde we een rooster uit de oven, maar je moet de broodjes blijven draaien, want als er een beetje wind komt en de vlammen laaien op, heb je zo een zwarte plek op je broodje en dat wil je niet.

Het is echt voelen of je deeg nog plakt en zacht is…. is dat niet meer zo en ziet hij er mooi bruin uit, dan is hij waarschijnlijk klaar. (Duurde een minuut of 5-7).

We haalde de takken en het bakpapier uit de broodjes, goten wat mayonaise en suikervrije ketchup (bij Paul in de winkel te koop) in de broodjes en daarna deden we de worsten erin. En ze waren zo lekker!
Ook Eva heeft 1,5 broodje op (zonder worst maar toch).

Als jij deze broodjes ook gaat maken, zou ik het heel leuk vinden als je me laat weten hoe ze gelukt zijn!

Liefs Jessica…

Sharing is caring!

Geef een reactie